![]() |
||||
| Home | ![]() |
|||
| Oud nieuws |
DE EIKEPROCESSIERUPS IS ER WEEREnkele jaren geleden was de eikenprocessierupsvlinder (Thaumetopoea processionea) nog een zeldzame zuidelijke soort.
Door de warmere lentes hebben de diertjes het hier nu naar hun zin en kunnen ze massaal uitbreken. De soort volledig
uitbannen is wellicht al onmogelijk geworden.
Bestrijding van deze rups is niet altijd eenvoudig en allicht ook niet echt nodig want zo gauw zijn parasieten zich ook
gevestigd hebben, zal de ernst van de plaag wellicht sterk afnemen. Om op langere termijn effectief te zijn, moet tegelijk aan
een aantal voorwaarden voldaan worden: zo veel mogelijk preventief optreden, zorgen voor een goede coördinatie van de
inspanningen, handelen met wetenschappelijke kennis van zaken en objectieve informatie verschaffen aan alle betrokkenen.
Lang niet alle harige rupsen zijn gevaarlijk. In feite zijn er maar drie waarbij voorzichtigheid geboden is:
eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea), bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea) en de donsvlinder
(Euproctis similis).
De eikenprocessierupsen vinden we alleen op de zomereik (en
eventueel wintereik waar die voorkomt) en in zeldzame gevallen
ook op Amerikaanse eik.
De rupsen van deze soorten bezitten brandharen. Die hebben een
irriterende werking als ze in contact komen met de menselijke huid.
Vervelend is dat de rupsen hun brandharen gemakkelijk verliezen,
waardoor je ook in contact kunt komen met de haren zonder de
rupsen aan te raken.
De overlast duurt meestal niet lang. Bij de eikenprocessierups
bijvoorbeeld verschijnen de brandharen pas als de rupsen zich in
het derde larvale stadium bevinden (d.w.z. als ze al tweemaal verveld zijn). De overlastperiode loopt vanaf half mei tot eind
juni. De oude nesten kunnen nog wel haren bevatten die later nog voor overlast kunnen zorgen. De eikenprocessierups en de
bastaardsatijnvlinder zijn de enige die echt voor overlast kunnen zorgen. De rupsen van die soorten leven immers in groepen
die een spinsel vormen. Door de grote aantallen, is de kans groter dat passanten met brandharen in contact komen. De rupsen
van de donsvlinder, nochtans in Vlaanderen een algemene soort, leven solitair. Hun haren hebben wel een irriterende
werking, maar de kans dat je met die haren in contact komt, is heel klein.
Naast de eikenprocessierups en de bastaardsatijnvlinder zijn er nog andere rupsen die spinsels vormen maar voor de mens
totaal ongevaarlijk zijn. De opvallendste soorten in deze groep zijn de zogenaamde spinsel- of stippelmotjes: kleine witte
nachtvlindertjes met talrijke zwarte stipjes. De rupsen van deze soorten zijn onbehaard, maar hebben ook donkere stippen.
Afhankelijk van de soort kunnen ze een plant grotendeels met een witachtig spinsel overdekken en aanzienlijke vraatschade
aanrichten. Johan |
|||
| Wie zijn wij? | ||||
| Natuurgebieden | ||||
| Activiteitenkalender | ||||
| Werkgroepen | ||||
| 't Broekventje blogt | ||||
| Cursus | ||||
| PS project | ||||
| Natuurstudie | ||||
| Rapporten | Foto's | |||
| Contact | ||||
| Lid worden | ||||
| Nieuwsbrief | Wandelen | |||
| Downloads | ||||
| Links | ||||
| Walk for Nature | ||||
![]() |
||||
![]() |
||||
![]() |
||||
![]() |
||||
Recente updates |
Idee en ontwerp Johan De Meirsman |
|||