![]() |
||||
| Home | ![]() |
|||
| Oud nieuws |
OPROEP PRIORITAIRE SOORTEN PROJEKTMonitoring en beheerevaluatie: ook jij kan helpen! Naar welke fauna en flora zoeken? 1) Zoogdieren In het kader van dit projekt zijn enkele zoogdieren opgenomen. Zoogdieren waarnemen is specialistenwerk en erg moeilijk. Maar met een Vos bv, weet je maar nooit. De andere zoogdieren zijn de Dwergmuis, Vos en Steenmarter.
2) Vogels Enkele vogelsoorten die in de Haachtse Leibeekvallei broeden kunnen als waardevolle broedvogel worden beschouwd. Soorten die hieronder vallen zijn o.a.: Havik, Wespendief, Zwarte Specht, Kleine Bonte Specht, Matkop, Nachtegaal, Wielewaal, IJsvogel, Zomertortel en Koekoek. Je zou bij de Havik ook even aan een Sperwer kunnen denken, maar de Havik is veel krachtiger. De Havik kan uitbundig lachen, waarbij hij even op gang dient te komen, en dan lang "kie-kie-kie-ki-ki-ki-ki" zal aanhouden. Volwassen vogels hebben een "zebra"-borst. Het wijfje is zo groot als een Buizerd. Het mannetje is een pak kleiner. De Wespendief is even groot als een Buizerd. En net als de Buizerd heeft de Wespendief een heel variabel verenkleed. Van kastanjebruin tot roomkleurig. Een duidelijk verschil is de langere en breed gestreepte staart. Ook is de korte, weinig op een stootvogel uitziende, snavel opvallend. Verder verschilt deze stootvogel in verscheidene opzichten sterk van de andere. De lach van de Zwarte Specht lijkt erg op dat van de Groene Specht. Maar de Zwarte Specht moet een beetje "op gang komen". Terwijl de Groene Specht meteen op volle sterkte begint te lachen. De roffel van de Zwarte Specht is zwaarder en langzamer dan dat van de Grote Bonte Specht. Behalve dit 'truu-truu-truu' kent de Zwarte specht nog een ander geluid dat over komt als 'kliaauw-kliaauw'. De Zwarte Specht is even groot als een Zwarte Kraai!
Net als veel andere spechten kent de Kleine Bonte Specht een schaterlach. Maar wel veel hoger dan de anderen. Een soort van 'klie-klie-klie-klie'. De roffel van dit kleine vogeltje duurt een stuk langer dan dat van de Grote Bonte Specht. Het duurt namelijk zo'n drie seconden. Dat van de Grote Bonte Specht duurt maar ong. 1 seconde. De roffel is overigens ook sneller. Dat er twee verschillende soorten "zwartkopmezen" worden onderscheiden, is pas aan het eind van de 19de eeuw officieel vastgelegd. Wij kennen nu de Glanskop en de Matkop. De naam zwartkopmees wordt nog wel eens gebruikt als niet vast te stellen is om welke soort het gaat. Want het onderscheid tussen deze twee kleine mezen is vaak niet gemakkelijk te constateren. Alleen wanneer wij de roep van de Matkop horen, het nasale 'pèh-pèh-pèh' dan hebben we zeker met een Matkop te maken. Een van de bekendste zangvogels is ongetwijfeld de Nachtegaal. Omdat hij in het dichte struikgewas leeft en bovendien een onopvallend grijs en bruin verenkleed draagt, zullen echter maar weinig mensen oog in oog met hem gestaan hebben. Zij die wél het geluk hadden om een nachtegaal in het vizier te krijgen waren mogelijk gedesillusioneerd door het bescheiden voorkomen van de vogel. De zang is dan ook het beste kenmerk.
Door het luide gejodel verraadt de Wielewaal vaak zijn aanwezigheid en dat is maar goed ook want in de boomtoppen zijn ze dikwijls maar moeilijk te ontdekken, vooral als de zon schijnt en er overal donkere en lichte plekken in de bladerkroon zitten. Veel uitleg in verband met herkenning hoeft de IJsvogel niet. IJsvogels zijn in de broedtijd kenmerkende vogels van beken en rivieren met zoet, stromend water. In mindere mate wordt ook bij stilstaande, visrijke wateren gebroed. De aanwezigheid van zandige of lemige oeverranden is een vereiste, omdat daarin de nesttunnel wordt uitgegraven. De Zomertortel staat nog in veel litteratuur beschreven onder de officiële naam Tortelduif. De nieuw voorgestelde en reeds veelvuldig gebruikte naam past echter beter bij deze kleine, slanke duivesoort, want deze komt bij ons alleen voor als zomergast.
De Koekoek is dé vogel bij uitstek die zijn eigen naam roept! En da's meteen ook het beste kenmerk. Hij valt te zoeken in de bossen, maar ook moerassen met dichte begroeiing. Hij ziet er een beetje uit als een slanke Sperwer. 3) Amfibieën De Poelkikker of Kleine Groene Kikker is de kleinste soort van het Groene Kikker complex en bereikt een Kop-Romp-Lengte van maximaal 7 cm maar meestal schommelt deze tussen de 4,5 en 5,5 cm. Zijn hielgewrichtsknobbel (metatarsusknobbel of Callus internus) is opvallend groot en halfmaanvormig. De bovenkant van het lichaam is meestal grasgroen alhoewel nagenoeg in alle populaties ook dieren voorkomen bij dewelke een gedeelte van de rug een bruine tint vertoont. Bij de overgrote meerderheid van de dieren (zowel bij mannetjes als vrouwtjes) komt een helgroene streep voor op het midden van de rug. De pigmentvlekken op de poten zijn donkerbruin tot zwart, groter dan die op de rug en dikwijls met elkaar versmolten. De buikzijde is meestal niet of zwak gepigmenteerd. Een zeer opvallend kleurkenmerk is de groengele tot oranje grondkleur tussen het zwart marmerpatroon op de achterkant van de dijen. De kwaakblazen van de mannetjes zijn in opgeblazen toestand wit. De Kamsalamander dankt zijn naam aan de getande rugkam, die de mannetjes ontwikkelen in het voorjaar. Een belangrijk kenmerk is de oranje buik met daarop een onregelmatig patroon van zwarte vlekken (soms is de buik zelfs bijna helemaal zwart). In de landfase verdwijnt de kam op de rug en zijn ze zeer donker (tot bijna zwart) van kleur met lichte witte spikkels. Een ander belangrijk kenmerk is de donkere keel die van de buik wordt gescheiden door een duidelijke huidplooi. De kamsalamander is de grootste van de vier soorten watersalamanders met een lengte tot maximaal 20 cm. De larven worden gekenmerkt door zwarte vlekken op de staartzoom en een dun uiteinde van de staart. Eieren van de kamsalamander zijn licht gekleurd en duidelijk groter dan van andere watersalamanders.
4) Insecten De Sleedoornpage. De bovenste vleugel van het mannetje is 17-18 mm lang, die van het vrouwtje is groter. De bovenkant van de vleugel is donkerbruin met oranje vlekken bij de achterkant. De vrouwtjes hebben tevens grote niervormige vlekken op de voorvleugel. Op de oranjebruine onderkant van de vleugel zitten omrande, sabelvormige, donkeroranje vlekken, die van de bovenrand in de richting van de onderrand wijzen. De Sleedoornpage is vooral te vinden in bosranden met sleedoorns of op sleedoornhagen in de buurt van bossen, maar ook in stadsparken. De vlinder vliegt in één generatie per jaar van eind juli tot midden september (met een piek tussen 10 augustus en 10 september). De vlinders vliegen niet als de temperatuur lager is dan 20°C en worden meestal gezien in de namiddag op warmere dagen. Als ontmoetingsplaats worden vaak uit de haag stekende of hoge alleenstaande bomen gebruikt in de buurt van een bosrand. Heggerank Lieveheersbeestje: Bol lichaam met 12 vlekken die ver uit elkaar staan.Voedsel: Planten uit de komkommer familie zoals Heggerank. Het volwassen dier eet het blad af waardoor alleen de nerven overblijven. Ook de larven eten van het blad.
5) Vissen
6) Planten Dauwnetel: Deze plant kan je in Vlaanderen slechts op enkele plaatsen aantreffen. Op de ruigtes in het Haachts Broek en het Schoonbroek komt ze nog in relatief grote aantallen voor. Ze is dan ook het paradepaardje van de Haachtse reservaten.De dauwnetel maakt deel uit van het geslacht van de hennepnetels en lijkt sterk op de alom verspreide gewone hennepnetel. Van juni tot september kan je de dauwnetel gemakkelijk herkennen aan zijn paars-geel gekleurde onderlip.De dauwnetel komt voor in de koude en gematigde streken van Europa en Azië. In Wallonië komt ze niet meer voor. Zal de opwarming van het klimaat de soort bij ons doen verdwijnen? De Betonie komt voor vooral op graslanden maar soms ook in bossen. Ze komt voor in de gematigde streken van Europa. De noordelijke grens situeert zich bij ons. In Vlaanderen is ze zeer zeldzaam, ten zuiden van de lijn Samber-Maas daarentegen komt ze algemeen voor. Enkele jaren geleden werd ze nog waargenomen in het Haachts Broek. Deze lipbloemige onderscheidt zich door zijn 2 à 3 paar regelmatig gekartelde bladeren waarvan de onderste bladeren lang gesteeld zijn met hartvormige voet. De paarse bloemen staan in schijnkransen die tot een dichte eindelingse aar zijn verenigd, onderaan soms onderbroken. Bloeitijd van juni tot oktober. De Hengel komt voor aan de rand van een bos, vooral op een zandige bodem. Op een dergelijke plaats tref je ze dan ook aan in het Schorisgat. De plant wordt elders vooral bedreigd door vermesting van de bosranden. In Vlaanderen komt er maar één hengelsoort voor en de plant is daardoor gemakkelijk te herkennen. Ze bloeit van juni tot augustus.
De Kikkerbeet komt in Haacht voor in het water van de Antitankgracht. Je kan ze gemakkelijk herkennen aan de niervormige bladeren. De plant bloeit in juli-augustus; ze beschikt dan over 3 witte kroonbladen met gele nagel. Glanzig fonteinkruid. Deze waterplant kan je herkennen aan het feit dat al zijn langwerpige, lancetvormige, doorschijnende en van gegolfde randen voorziene bladeren ondergedoken zijn in het water. De plant vereist zuiver water en kwam 2 jaar geleden nog in redelijke aantallen voor in de Antitankgracht. Vorig jaar was het water van de Antitankgracht bedekt met kroos wat duidt op een overschot aan meststoffen. We zijn benieuwd of we de plant dit jaar terug zien.
Heb je nog vragen of wil je meer informatie betreffende een van deze soorten of het project, neem zeker contact op! De Cel Natuurstudie |
|||
| Wie zijn wij? | ||||
| Natuurgebieden | ||||
| Activiteitenkalender | ||||
| Werkgroepen | ||||
| 't Broekventje blogt | ||||
| Cursus | ||||
| PS project | ||||
| Natuurstudie | ||||
| Rapporten | Foto's | |||
| Contact | ||||
| Lid worden | ||||
| Nieuwsbrief | Wandelen | |||
| Downloads | ||||
| Links | ||||
| Walk for Nature | ||||
![]() |
||||
![]() |
||||
![]() |
||||
![]() |
||||
Recente updates |
Idee en ontwerp Johan De Meirsman |
|||